Schuldeisers

Het belangrijkste gevolg van een faillissement is dat individuele schuldeisers, op een enkele uitzondering na, zelf geen maatregelen meer kunnen treffen om hun vordering betaald te krijgen. Een vordering moet bij de curator aangemeld worden en de curator zal er dan voor zorgen dat zoveel mogelijk geld bij de juiste schuldeisers terecht komt.

 

Tussentijdse informatie over de stand van zaken in het faillissement wordt niet gegeven, omdat dit een te grote belasting van de curator en zijn kantoorgenoten oplevert en dus kosten met zich meebrengt. Deze kosten komen in mindering op het aan de schuldeisers uit te keren bedrag en dit is dus niet in het belang van de schuldeisers. De openbare faillissementsverslagen worden gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl. Ook via deze website word je op de hoogte gehouden.

 

Als voor de concurrente crediteuren uiteindelijk geld beschikbaar komt, zal een verificatievergadering gehouden worden. Voor een dergelijke vergadering word je door de curator tijdig opgeroepen. Wel dien je er steeds zorg voor te dragen dat het juiste adres bij ons bekend is en dat je bij een verhuizing het nieuwe adres aan de curator doorgeeft.

 

Indienen vordering

 

Een vordering kan in een faillissement of een surseance van betaling worden ingediend door het formulier op de pagina van het faillissement in te vullen en in te dienen. Een vordering kan ook worden ingediend door een brief of e-mail aan de curator of bewindvoerder te zenden.

Bij het indienen van een vordering moet duidelijk de hoogte van de vordering worden vermeld en moeten bescheiden worden overgelegd waaruit de vordering blijkt. Dit kunnen bijvoorbeeld facturen zijn die niet zijn betaald, maar ook een vonnis waarin de gefailleerde is veroordeeld een bedrag te betalen.

Als je aanspraak wilt maken op een bijzonder recht, dan moet je dit bij de indiening van de vordering mededelen. Een bijzonder recht kan onder andere een pandrecht, een hypotheekrecht of een eigendomsvoorbehoud zijn. Ook moet je bescheiden meezenden waaruit het bijzonder recht blijkt, zoals bijvoorbeeld een overeenkomst, een pandakte, een notariële akte of algemene voorwaarden. Als het bijzonder recht betrekking heeft op bepaalde roerende of onroerende zaken, moet je ook precies aangeven op welke zaken het recht betrekking heeft.

Als een bijzonder recht niet tijdig wordt ingeroepen, kan de curator of bewindvoerder overgaan tot verbruik van de betreffende zaak door het bijvoorbeeld te verkopen. De boedel kan zich dan beroepen op rechtsverwerking. Het is dus belangrijk om een bijzonder recht zo snel mogelijk te melden bij de curator of de bewindvoerder.

Nadat een bijzonder recht is gemeld, zal de curator of bewindvoerder gaan beoordelen of dit recht er daadwerkelijk is en of het recht moet worden gerespecteerd. Indien de curator of bewindvoerder tot de conclusie komt dat het recht moet worden gerespecteerd, kun je de zaak vaak komen ophalen. Voor de werkzaamheden van de curator of bewindvoerder en diens collega’s zal dan een vergoeding in rekening worden gebracht bij degene die een beroep doet op het bijzonder recht.

 

Soorten vorderingen en schuldeisers

 

Volgens de wet zijn alle schuldeisers gelijk: de paritas creditorum. In de wet is echter wel een aantal bepalingen opgenomen die voorrang geven aan bepaalde schuldeisers. De curator moet hier rekening mee houden wanneer wordt bepaald aan welke schuldeisers welk bedrag moet worden uitgekeerd.

Er zijn (grofweg) vier soorten vorderingen:

 

  1. Boedelvorderingen: Hieronder vallen schulden die noodzakelijkerwijs moesten worden gemaakt om het faillissement af te kunnen wikkelen. Dit zijn bijvoorbeeld het salaris van de curator, taxatiekosten en huurpenningen die na faillissementsdatum zijn verschuldigd. Pas na betaling van deze boedelvorderingen kan – als er nog actief over is – worden begonnen aan betaling van de overige vorderingen.
  2. Preferente vorderingen: Hieronder vallen onder andere vorderingen van werknemers met achterstallig loon, het UWV en de Belastingdienst. Het UWV is wettelijk verplicht het achterstallige loon aan de werknemers (binnen bepaalde grenzen) te vergoeden en neemt dus de vordering van de werknemers over.
  3. Concurrente vorderingen: Dit zijn de vorderingen van de ‘normale’ schuldeisers. Dit zijn vaak leveranciers of partijen die leningen hebben verstrekt aan gefailleerde en daar geen zekerheden tegenover hebben gesteld.
  4. Achtergestelde vorderingen: dit zijn vorderingen waarbij de vordering in het geval van faillissement van de schuldenaar wordt achtergesteld.

 

Naast de bovengenoemde vorderingen en schuldeisers zijn er ook nog separatisten: schuldeisers waarvoor specifieke regels gelden. Dit zijn de meest voorkomende separatisten:

•    Schuldeisers met een hypotheekrecht of een pandrecht: Deze schuldeisers kunnen de (onroerende) zaken waar het hypotheekrecht of pandrecht betrekking op heeft verkopen en de opbrengst gebruiken om de vordering te voldoen. Indien er daarna een bedrag overblijft, dan valt het overschot in de boedel.

•    Schuldeisers die onder eigendomsvoorbehoud geleverd hebben: Schuldeisers met een eigendomsvoorbehoud krijgen -indien er  niet betaald is- in beginsel de zaken terug die onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd.