Het belemmeringsverbod voor de uitzend- of gedetacheerde kracht, hoe zit het ook al weer?

Categorie: Arbeidsrecht

In de uitzendbranche geldt het zogeheten belemmeringsverbod. Dit betekent dat de uitlenende werkgever het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst tussen de uitzendkracht en de inlener na afloop van de uitzending niet mag belemmeren.

Die belemmering kan op twee manieren ontstaan, namelijk door het opnemen van een concurrentie- of relatiebeding in de overeenkomst tussen de uitlener en de uitgeleende kracht (directe belemmering) of een verbod op het in dienst nemen van die uitgeleende kracht in de overeenkomst tussen de uitlener en de inlener (indirecte belemmering).

Het enige beding dat in deze verhoudingen wel rechtsgeldig kan worden overeengekomen is een overnamebeding. Dit houdt in dat de inlener een redelijke vergoeding verschuldigd is aan de uitlener voor het overnemen van de uitgeleende kracht. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan de werkelijk gemaakte wervingskosten, eventueel verhoogd met een redelijk winstpercentage.

De rechtbank Overijssel oordeelde deze week dat zowel het directe als het indirecte belemmeringsbeding verboden waren in een kwestie waarbij de uitzendkracht en de inlener graag een arbeidsovereenkomst met elkaar aan wilde gaan. De rechter oordeelde verder dat een overnamebeding geen boetebeding mag zijn. De uitzender had onvoldoende onderbouwd waarom een bedrag van  € 30.000,00 (het bedrag aan verbeurde boetes) een redelijke vergoeding was.

Heeft u een belemmeringsbeding en/of een overnamebeding in de arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht opgenomen of twijfelt u of u een uitgeleende kracht in dienst kunt nemen?

Wij helpen u graag om te bezien of het beding toegestaan is en juist is opgesteld.

De uitspraak van de rechtbank Overijssel vindt u hier.


Terug naar overzicht
mr. M.A. (Monique) Lacasa Advocaat