De eerste WHOA-uitspraken!

Categorie: Faillissementen

De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) is sinds januari 2021 van kracht. In eerste maanden na inwerkingtreding hebben rechters al diverse verschillende interessante WHOA-uitspraken gedaan. In dit artikel zullen wij een paar van deze uitspraken kort bespreken.

 

Afkoelingsperiode ook mogelijk bij gecontroleerde afwikkeling onderneming

Op 15 januari 2021 heeft de rechtbank geoordeeld dat ook in het geval dat een onderneming een akkoord wil aanbieden om tot een gecontroleerde afwikkeling te komen, hij de rechtbank kan verzoeken om een afkoelingsperiode toe te wijzen.

In artikel 376 lid 4 sub a Fw is opgenomen dat een dergelijk verzoek in beginsel alleen kan worden toegewezen als summierlijk blijkt dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is om de onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten. De wetgever heeft echter bepaald dat de WHOA ook open staat voor ondernemingen die tot een gecontroleerde afwikkeling willen komen. De rechtbank oordeelt dan ook, dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat onder de noodzaak om de onderneming te kunnen blijven voortzetten ook moet worden verstaan voortzetting van de onderneming in het kader van een gecontroleerde afwikkeling.

De rechtbank neemt aan dat de wetgever met artikel 376 lid 4 sub a Fw niet heeft bedoeld dat de afkoelingsperiode alleen mogelijk is indien de WHOA wordt ingezet voor een akkoord waarbij de onderneming na herstructurering wordt voortgezet.

 

Afkoelingsperiode niet toegewezen

Op 29 januari 2021 heeft de rechtbank een verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode en verzoek tot opheffing van beslagen afgewezen. De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet heeft voldaan aan de voorwaarden uit artikel 376 lid 1 Fw.  Hier is opgenomen dat een verzoek slechts wordt toegewezen indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan:

  • er is door de schuldenaar een akkoord aangeboden als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw;
  • er is door de schuldenaar toegezegd dat binnen een termijn van ten hoogste twee maanden een dergelijk akkoord zal worden aangeboden;
  • er is door de rechtbank overeenkomstig artikel 371 Fw een herstructurerings-deskundige aangewezen.

De rechtbank stelt echter vast dat aan geen van deze voorwaarden is voldaan. Zij verklaart verzoeksters dan ook niet-ontvankelijk in hun verzoek.

Daarnaast merkt de rechtbank met het oog op artikel 376 lid 4 Fw nog op dat voor geen van de goederen waarvan opheffing van het beslag wordt gevorderd is gesteld of anderszins gebleken: (1) waarom de opheffing van dat beslag noodzakelijk is om de onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten, en (2) dat de beslaglegger door de opheffing van dat beslag niet wezenlijk in zijn belangen wordt geschaad.

 

Eerste akkoord gehomologeerd

Op 19 februari 2021 heeft de rechtbank het eerste WHOA-akkoord gehomologeerd. Naast dat deze zaak de primeur heeft, is deze uitspraak onder meer interessant, omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat per vennootschap een afzonderlijk akkoord moet worden aangeboden. De rechtbank is van oordeel dat de Faillissementswet geen ruimte biedt om een samengesteld akkoord als het onderhavige ter homologatie aan te bieden. Hoewel de rechtbank oordeelt dat de verzoeksters dus eigenlijk ieder afzonderlijk een akkoord hadden moeten aanbieden, stelt zij hier geen specifieke gevolgen aan. Zij komt tot dit oordeel omdat het voor de schuldeisers duidelijk moet zijn geweest dat er in feite sprake was van twee akkoorden. Daarnaast overweegt de rechtbank dat dit het eerste verzoek tot homologatie is en dat de wet op dit punt wellicht nog niet onverdeeld duidelijk is.

 

Verzoek tot homologatie van een akkoord afgewezen

Op 2 maart 2021 heeft de Rechtbank Den Haag voor het eerst een verzoek tot homologatie van een akkoord afgewezen. De rechtbank wijst een verzoek tot homologatie toe, tenzij zich één of meer afwijzingsgronden voordoet. De rechtbank oordeelt dat die zich hier voordoen. Allereerst omdat verzoeker de stemgerechtigde schuldeisers niet deugdelijk heeft opgeroepen voor de homologatiezitting. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de informatie die in het aangeboden akkoord en de daarbij gevoegde bijlagen is opgenomen hiaten en onjuistheden bevat. De stemgerechtigden schuldeisers zijn hierdoor onvoldoende in staat gesteld om tot een afgewogen keuze te komen. Tenslotte oordeelt de rechtbank dat het onaannemelijk is dat de bedrijfsactiviteiten van verzoeker levensvatbaar zijn en met het akkoord een faillissement kan worden afgewend. Redenen voor de rechtbank om het verzoek tot homologatie van het akkoord af te wijzen.

 

 

Meer weten?

In Dossier WHOA zetten we alle ins en outs uiteen van de Wet homologatie onderhands akkoord. Zie ook:

De Wet homologatie onderhands akkoord is er!
Alles over het akkoord
Stemprocedure en stemrecht
Homologatie door de rechter
Afwijzingsgronden homologatieverzoek
Voorzieningen om een akkoord aan te bieden
De herstructureringsdeskundige

Behoefte aan gericht advies voor jouw specifieke situatie? Neem contact met ons op.


Terug naar overzicht