WHOA: Vorderingen van bedrijfstakpensioenfondsen vallen buiten het bereik

Categorie: Nieuws

Op 1 januari 2021 is de (WHOA) Wet Homologatie Onderhands Akkoord in werking getreden. Lees daarover meer in onze eerdere blogs in het dossier WHOA. In meerdere WHOA trajecten die daarna zijn gestart, was er discussie tussen de ondernemer en een pensioenfonds over de vordering van het pensioenfonds.

Vraag was of dat de vordering van het pensioenfonds in een WHOA akkoord kan worden meegenomen door de ondernemer. In de WHOA is namelijk bepaald dat deze niet van toepassing is op rechten van werknemers die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten.

De Rechtbank Amsterdam heeft aan de Hoge Raad de prejudiciële vraag gesteld of vorderingen van een bedrijfspensioenfonds voor achterstallige pensioenpremies in een akkoord kunnen worden meegenomen. In de langverwachte uitspraak van 25 februari 2022 geeft de Hoge Raad antwoord op die vraag. Uitkomst: vorderingen van bedrijfstakpensioenfondsen vallen buiten het bereik van de WHOA.

De Hoge Raad overweegt dat een vordering voor achterstallige premies van een bedrijfstakpensioenfonds tegenover de werkgever, overeenkomt met het recht van de werknemer op betaling van die premies aan het bedrijfstakpensioenfonds. De Hoge Raad stelt de vorderingen van pensioenfondsen dus gelijk aan die van werknemers.

Het recht van de werknemer op betaling van de pensioenpremie door de werkgever, is een recht dat voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst. Als de vordering voor achterstallige premies zou kunnen worden betrokken in een WHOA akkoord, dan wordt volgens de Hoge Raad afbreuk gedaan aan het recht van de werknemer op premiebetaling door de werkgever aan het pensioenfonds.

De Hoge Raad verwijst naar het wetsvoorstel Implementatiewet richtlijn herstructurering en insolventie. Dit wetsvoorstel is op dit moment aanhangig is bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel wijzigt de wet in die zin dat wordt verduidelijkt dat onder rechten van werknemers ook vorderingen van werknemers tot betaling door hun werkgever van premie aan een pensioenuitvoerder wordt verstaan. Hierover is opgemerkt dat werknemers een zelfstandige vordering tegenover hun werkgever hebben tot premiebetaling. Hier is dus sprake van rechten van werknemers die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten. Daarmee zou vast staan dat vorderingen tot betaling van pensioenpremie niet kunnen worden gewijzigd in het kader van een WHOA akkoord.

Aan de ene kant is de uitspraak van de Hoge Raad gelet op zijn overwegingen begrijpelijk. Daar tegenover staat dat de uitspraak het starten van een WHOA procedure voor ondernemers – die in financieel zwaar weer zitten en vallen onder een bedrijfstakpensioenfonds – een stuk minder aantrekkelijk maakt. Schulden aan een bedrijfstakpensioenfonds kunnen immers niet worden meegenomen in het WHOA akkoord. Mogelijk leidt dat er toe dat vaker direct een faillissement zal worden verzocht in plaats van eerst de weg van een WHOA traject te kiezen. De komende maanden zullen moeten uitwijzen of dit daadwerkelijk het geval zal zijn. Tot die tijd kan niet worden ontkend dat met deze uitspraak de doeltreffendheid van de WHOA-procedure is beperkt. Een spijtige constatering: de WHOA is immers in het leven geroepen om in essentie levensvatbare ondernemingen de mogelijkheid te bieden te kunnen herstructureren en een faillissement te voorkomen.

Behoefte aan gericht advies voor jouw specifieke situatie? Neem contact met ons op.


Terug naar overzicht
mr. M. (Margriet) Kooiman
mr. M. (Margriet) Kooiman Advocaat