Voorzieningen om een akkoord aan te bieden

Categorie:

De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) biedt een aantal voorzieningen die het bedrijf in staat stelt om een akkoord tot stand te brengen. Lees hier welke voorzieningen dit zijn en wanneer een bedrijf hier beroep op kan doen.

 

Aanspraak maken op voorzieningen

Voordat een bedrijf een beroep kan doen op de toepassing van deze voorzieningen, moet het bedrijf eerst een verklaring bij de griffie van de rechtbank deponeren. Daaruit moet blijken dat het bedrijf een poging doet om een akkoord aan te bieden. Een zogenoemde startverklaring. In dit artikel lees je meer over deze startverklaring. Het akkoord moet ook daadwerkelijk zijn aangeboden of het bedrijf moet toezeggen dit binnen twee maanden alsnog te doen.

 

De mogelijkheden van een afkoelingsperiode

Een bedrijf dat een akkoord aan wil bieden, kan de rechtbank verzoeken om een afkoelingsperiode af te kondigen tegen alle schuldeisers of een aantal van hen. Deze afkoelingsperiode duurt maximaal vier maanden. Als de rechtbank dit doet, dan is het gevolg dat:

  1. schuldeisers zich zonder machtiging van de rechtbank niet kunnen verhalen op het vermogen van het bedrijf;
  2. de rechtbank op verzoek van het bedrijf beslagen kan opheffen, en
  3. de behandeling van verzoeken tot verlening van surseance van betaling of faillietverklaring worden geschorst.

Tijdens de afkoelingsperiode kan het bedrijf goederen waarop de afkoelingsperiode van toepassing is blijven gebruiken, verbruiken of zelfs verkopen. Althans, voor zover dat nodig is voor een normale voortzetting van het bedrijf. Een bedrijf moet bijvoorbeeld voorraden kunnen verbruiken en verkopen en gebruik kunnen maken van bedrijfsmiddelen.

Het doel van een afkoelingsperiode is om te voorkomen dat schuldeisers die niet willen meewerken aan een herstructurering, over zullen gaan tot verhaalsacties. Of het indienen van een faillissementsaanvraag om het proces te blokkeren of te vertragen.

De rechtbank zal een afkoelingsperiode alleen toewijzen als summierlijk blijkt dat:

  1. dit noodzakelijk is om de onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten;
  2. dit in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers;
  3. op het moment dat de afkoelingsperiode wordt afgekondigd redelijkerwijs valt aan te nemen dat geen van de schuldeisers op wie de afkoelingsperiode van toepassing is, redelijkerwijs in zijn belangen wordt geschaad.

 

Artikel 42a Faillissementswet

Ook het nieuwe artikel 42a Faillissementswet stelt een bedrijf in staat om een akkoord tot stand te brengen. Het doel van artikel 42a Faillissementswet is het bevorderen van de financiering voor de totstandkoming van een akkoord. Een bedrijf kan op grond van dit artikel de rechtbank verzoeken om een machtiging af te geven om een rechtshandeling te mogen verrichten. De rechtbank verleent deze machtiging als:

  1. de rechtshandeling noodzakelijk is om de onderneming tijdens de voorbereiding van het akkoord voor te zetten;
  2. de gezamenlijke schuldeisers gediend zijn bij deze rechtshandeling;
  3. de belangen van individuele schuldeisers hierdoor niet geschaad worden.

Geeft de rechtbank een machtiging af voor een rechtshandeling? Dan kan de desbetreffende rechtshandeling niet door de curator worden vernietigd op grond van artikel 42 Faillissementswet, mocht later het faillissement alsnog worden uitgesproken. Denk bijvoorbeeld aan het verstrekken van zekerheid voor het verkrijgen van een geldlening.

 

Aanpassing artikel 54 Faillissementswet

Tenslotte is artikel 54 Faillissementswet aangepast, zodat een bedrijf dat een akkoord wil aanbieden tijdens het voorbereidingstraject gebruik kan blijven maken van een rekening-courantfaciliteit.

Op grond van artikel 54 Faillissementswet kan de curator verrekeningen ongedaan maken die in het zicht van een faillissement zijn gedaan, als daarbij niet te goeder trouw is gehandeld. In het nieuwe lid 3 van artikel 54 Faillissementswet is opgenomen dat degene die een verrekening verricht in de periode dat een poging werd gedaan om een akkoord tot stand te brengen en deze verrekening niet bijdraagt om de kredietruimte in te perken, als te goeder trouw wordt aangemerkt. Dit betekent dat de curator een dergelijke verrekening, mocht het faillissement alsnog worden uitgesproken, niet ongedaan kan maken.

Het doel van deze aanpassing is om te voorkomen dat degene die een rekening-courantfaciliteit aanbiedt, deze direct bevriest zodra een bedrijf start met de onderhandelingen over een akkoord.

Meer weten?

In Dossier WHOA zetten we alle ins en outs uiteen van de Wet homologatie onderhands akkoord. Zie ook:

De Wet homologatie onderhands akkoord is er!
Alles over het akkoord
Stemprocedure en stemrecht
Homologatie door de rechter
Afwijzingsgronden homologatieverzoek
De herstructureringsdeskundige
De observator

Behoefte aan gericht advies voor jouw specifieke situatie? Neem contact met ons op.


Terug naar overzicht
mr. M. (Margriet) Kooiman
mr. M. (Margriet) Kooiman Advocaat