Schade door losgeslagen anker: Wie is aansprakelijk op zee?
Stel je voor: windsnelheden van ruim 100 kilometer per uur, huizenhoge golven en een gigantisch motorschip dat plotseling overgeleverd is aan de elementen. Toen de “Julietta D” op 31 januari 2022 lossloeg van haar anker, veranderde een routineuze stormnacht in een maritiem drama op de Noordzee. Maar zodra de wind is gaan liggen, begint een minstens zo stormachtige juridische strijd. Want wie betaalt de rekening als een losgeslagen schip een spoor van vernieling achterlaat?
Casus: Aansprakelijkheid bij losslaan anker en aanvaring
Aanvaringen op zee behoren tot een van de meest complexe situaties binnen het maritieme recht. Het samenspel van internationaal verdragsrecht, nationale wetgeving, (lokale) nautische regels, feitelijke omstandigheden, technische aspecten en veelal omvangrijke financiële belangen maakt de afwikkeling complex.
Een spraakmakende zaak die dit illustreert is die van het motorschip “Julietta D”, dat tijdens storm Corrie op 31 januari 2022 van haar anker losgeslagen raakte en meerdere objecten raakte op de Noordzee.
Maritiem, haven en handel advocaten Michiel van Leeuwen, Britt Simons en Edward van Gruijthuijsen hebben in deze procedures een van de benadeelde partijen vertegenwoordigd.
Wat is een aanvaring?
De wet kwalificeert een aanvaring als ‘de aanraking van schepen met elkaar’ (artikel 5:540 BW). Het wettelijk kader van ‘aanvaringen’ reikt echter verder dan enkel botsingen tussen twee of meer zeeschepen en strekt ook uit tot zogenoemde ‘schadevaringen’ (artikel 5:541 BW).
Wanneer een aanvaring is veroorzaakt door de schuld van één schip, is de eigenaar van dat schip verplicht de schade te vergoeden. Bij schuld van meerdere schepen geldt een bijzondere regeling: de eigenaren zijn dan zonder hoofdelijkheid aansprakelijk voor schade aan medeschuldige schepen en goederen aan boord, maar hoofdelijk aansprakelijk voor alle overige schade (artikel 8:545 BW).
Een opvallend kenmerk van het aanvaringsrecht is het ontbreken van wettelijke vermoedens van schuld. De bewijslast rust op degene die schadevergoeding vordert (artikel 8:546 BW).
De casus van Julietta D: 80 miljoen euro schade
Op 31 januari 2022 raasde storm Corrie over de Noordzee. In het ankergebied voor de kust van IJmuiden sloeg het motorschip “Julietta D” los van haar anker en raakte op drift. Het driftende schip kwam achtereenvolgens in aanraking met drie objecten: het zeeschip “Pechora Star”, de fundatie van een windturbine van Vattenfall en de jacket van een transformatiestation van TenneT.
De schade van Vattenfall, TenneT en de eigenaren van de Pechora Star werd begroot op ca. € 80 miljoen. De gezamenlijke vorderingen van de benadeelde partijen overstegen het door de eigenaar gestelde beperkingsfonds (ten bedrage van circa € 20 miljoen).
Aansprakelijkheidslimiet geldt per voorval
Cruciaal is het begrip “éénzelfde voorval” in art. 8:755 BW (Of ‘distinct occasion’ in het LLMC). De aansprakelijkheidslimiet geldt namelijk per voorval. Als meerdere schadeveroorzakende gebeurtenissen kwalificeren als één voorval, dan moeten de gezamenlijke schuldeisers één beperkingsfonds met elkaar delen. Zijn de schadeveroorzakende gebeurtenissen als afzonderlijke voorvallen te beschouwen, dan moeten er mogelijk meerdere fondsen worden gesteld. Dat kan gunstiger kan zijn voor de benadeelden.
Eén voorval of meerdere?
Juist op dit punt ontstond een stevig debat in de procedure. Julietta D B.V. stelde zich op het standpunt dat het losslaan van het anker en de drie daaropvolgende aanrakingen samen één voorval vormden. TenneT, Vattenfall en Pechora Star betoogden dat sprake was van meerdere zelfstandige voorvallen, waarvoor meerdere beperkingsfondsen gesteld hadden moeten worden.
Het verdrag noch de wet vermelden wanneer er sprake is van ‘eenzelfde voorval’. De rechtbank Rotterdam overwoog in haar beschikking van 18 mei 2022 dat er sprake was van één incident en niet van meerdere opeenvolgende incidenten:
“Het in aanraking komen van de Julietta D met de Pechora Star en vervolgens met de fundatie van een windturbine en jacket van een platform was het noodzakelijke gevolg van het losslaan van de Julietta D van haar ankerplaats na het breken van de ankerketting en het vervolgens niet onder controle kunnen krijgen van de Julietta D door de bemanning. Zonder deze laatstgenoemde gebeurtenissen hadden de aanrakingen tussen de Julietta D en de drie zaken niet plaatsgevonden. (…) Tussen de elkaar opvolgende feiten bestaat aldus een zodanig causaal verband dat zij als eenzelfde voorval, ofwel incident moeten worden beschouwd.”
Het gerechtshof Den Haag overwoog in het arrest van 19 december 2023
“Of vorderingen uit eenzelfde gebeurtenis voortkomen, hangt ervan af of de schades, tot vergoeding waarvan zij strekken, dezelfde rechtens relevante oorzaak hebben.”.
Het hof oordeelde dat ook opeenvolgende schadeveroorzakende feiten dezelfde oorzaak kunnen hebben, maar dat dit niet het geval is wanneer de latere schades het gevolg zijn van op zichzelf staande, niet rechtstreeks op de eerdere schadeoorzaak terug te voeren gedragingen of nalatigheden. Het enkele feit dat er meerdere aanrakingen plaatsvonden op verschillende momenten en met verschillende objecten is volgens het hof op zichzelf onvoldoende om te spreken van meerdere voorvallen
De oorzaak: het losslaan, driften en lekraken van het schip
Ten aanzien van de Julietta D betekende dit volgens het hof dat alle drie de aanvaringen voortkwamen uit dezelfde oorzaak: het losslaan, driften en lekraken van het schip. Er waren geen aanwijzingen dat de tweede en derde aanraking te wijten waren aan andere, zelfstandige schadeoorzaken. Er was dus sprake van één incident. De beschikking van de rechtbank werd daarom bekrachtigd.
Gevolgen voor de beslaglegging
De uitkomst had directe gevolgen voor de conservatoire beslagen op het schip. Na het stellen van het beperkingsfonds had Vattenfall haar beslag opgeheven. TenneT hield echter vast aan haar beslag, maar de voorzieningenrechter hief dat beslag op en het hof bekrachtigde dat vonnis.
Lessen uit deze aanvaringscasus over aansprakelijkheid
De zaak van de Julietta D biedt een aantal waardevolle inzichten voor de maritieme praktijk. Ten eerste onderstreept zij het belang van een zorgvuldige analyse van het begrip “éénzelfde voorval” in het licht van de beperking van aansprakelijkheid.
Ten tweede zou uit deze procedures kunnen worden afgeleid dat de bewijslast met betrekking tot de vraag of de gebeurtenissen als ‘éénzelfde voorval’ kwalificeren bij de benadeelden. De rechtbank en het gerechtshof lijken ervan uit te gaan dat het aan de schadelijdende partijen is om aan te tonen dat sprake is van afzonderlijke voorvallen (en dat er daarom meerdere fondsen moeten worden gesteld). Of dit juist is valt niet met zekerheid te zeggen. Het zou ook verdedigbaar kunnen zijn dat de partij die schade veroorzaakt en zijn of haar aansprakelijkheid wenst te beperken (ten koste van derden) moet stellen en zo nodig bewijzen dat er sprake is van één incident.
Ten derde bevestigt het hof dat het LLMC een balans beoogt tussen compensatie van schade en de bescherming van scheepseigenaren tegen financiële ondergang, met als kern hogere aansprakelijkheidslimieten in ruil voor een uiterst beperkte mogelijkheid tot doorbreking. Dit zorgt ervoor dat risico’s verzekerbaar blijven voor scheepseigenaren, welk belang ook terugkomt in de Traveaux Preparatoires van het Beperkingsverdrag.
Aansprakelijkheid bij aanvaring op de Noordzee? Yur Advocaten adviseert
De zaak van de Julietta D illustreert bij uitstek de complexiteit van het maritieme aanvaringsrecht. Nu offshore windparken, leidingnetwerken en andere maritieme infrastructuur steeds meer de Noordzee vullen, zullen dergelijke incidenten in de toekomst naar verwachting vaker gaan voorkomen. Vraag of opmerking over deze casus over de aansprakelijkheid losslaan anker met als gevolg aanvaring?
Yur Advocaten adviseert partijen die betrokken zijn bij aanvaringen en daarmee samenhangende beperkingsprocedures. In dat kader staat Yur zowel scheepseigenaren als crediteuren bij in procedures in het kader van beperking van aansprakelijkheid. Neem voor verdere vragen contact op met de maritieme advocaten van Yur.
mr. E. (Edward) van Gruijthuijsen
Advocaat
Edward is gespecialiseerd in het adviseren en procederen op het gebied van maritiem recht, haven- en handelsgeschillen, internationale koop- en vervoerscontracten, beslag- en executierecht en aanverwante commerciële geschillen.
