Didam-arrest: het vervolg!

Categorie: Vastgoedrecht

In het Didam-arrest van de Hoge Raad is kort gezegd geoordeeld dat overheden bij de verkoop van bijvoorbeeld hun gronden de gelegenheid dienen te geven aan gegadigden om daarop mee te bieden. In de zomer van dit jaar (2022) heeft de rechtbank Gelderland enige invulling aan deze regel gegeven door te bepalen dat inschrijvers op een dergelijke verkoop mogen worden geselecteerd op basis van het moment van de ontvangst van de inschrijving. Volgens de rechtbank is de toepassing van het zgh. “first come, first served principe” niet strijdig met het gelijkheidsbeginsel. De kwestie lag als volgt:

Uitgifteprocedure

In 2021 is een gemeente begonnen met een uitgifteprocedure voor de verkoop van 23 kavels. Volgens de spelregels zou de rangorde voor de aankoop van de beschikbaar gekomen kavels worden bepaald aan de hand van de volgorde waarin de inschrijvingen door de gegadigden door de gemeente werden ontvangen. Vanwege echter de uitkomsten van de Didamkwestie, is door de gemeente besloten om met deze uitgifteprocedure te stoppen en een nieuwe uitgifteprocedure op te stellen. De eerste uitgifteprocedure zou namelijk met het Didam-arrest in strijd zijn. In plaats van ”first come, first served” zou de rangorde worden bepaald door de uitkomsten van een loting.

Oneens met de uitgifteprocedure

Een gegadigde was het hiermee niet eens en is bij de rechtbank Gelderland een procedure in kort geding procedure tegen de Gemeente begonnen. Deze gegadigde die zich uitermate kansrijk achtte in de eerste uitgifteprocedure, heeft onder meer gevorderd om de gemeente te verbieden om de tweede uitgifteprocedure voort te zetten.

Niet in strijd met het Didam-arrest

De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat de eerste uitgifteprocedure niet in strijd is met het Didam-arrest. Dit onder meer omdat de rechtbank een selectie op basis van het moment van de inschrijving transparant genoeg acht om deze te kunnen billijken.

Ook behandelt de rechtbank vervolgens de vraag of de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door de eerste uitgifteprocedure af te breken. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. De inschrijver mocht erop vertrouwen dat met hem voor deze kavels een koopovereenkomst tot stand zou komen en daarom heeft de gemeente gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verbiedt de gemeente vervolgens om verder te gaan met de tweede uitgifteprocedure totdat in de bodemprocedure een oordeel over de kwestie is geveld.

Conclusie uitspraak

Uit deze uitspraak valt af te leiden dat een gemeente bij verkoop van grond zou mogen handelen overeenkomstig het ”first come first serve”-principe, mits daarbij voldoende transparantie wordt betracht. Of dit bestendige rechtspraak wordt zal de toekomst verder moeten uitwijzen. Hier is het laatste woord vast nog niet over gezegd. Vragen over deze uitspraak? Neem gerust contact met ons op.


Terug naar overzicht
Edwin van dijk
mr. W.Th. (Edwin) van Dijk Advocaat