Uitbreiding mededelingsplicht bodemzaken

Categorie: Faillissementen

Op Prinsjesdag 2017 is het pakket Belastingplan 2018 gepresenteerd. Hierin is een aantal wijzigingen opgenomen betreffende wet- en regelgeving dat met ingang van 1 januari 2018 in werking moet treden. Een van de wijzigingen is de uitbreiding van “de mededelingsplicht betreffende bodemzaken”.

 

Bodemzaak en bodem

Een bodemzaak is een roerende zaak die zich op de bodem van de belastingschuldige bevindt. Er moet wel sprake zijn van een zaak die dient tot stoffering van een huis, boerderij of bedrijfsruimte. Het gaat dan voornamelijk om bedrijfsinventaris, waaronder bureaus en machines. De bedrijfsvoorraad en auto’s, maar ook showmodellen zijn juist geen bodemzaken.

De bodem is het perceel dat de belastingschuldige feitelijk in gebruik heeft en waarover hij onafhankelijk van anderen de beschikking heeft.

 

Bodemvoorrecht

De Belastingdienst heeft een voorrecht op bodemzaken: “het bodemvoorrecht”. Bij het bodemvoorrecht gaat het om bodemzaken die eigendom zijn van de belastingschuldige zelf.

De Belastingdienst kan zich door het bodemvoorrecht verhalen op de bodemzaken ter betaling van de belastingschulden. De Belastingdienst kan dit dan doen met voorrang op andere schuldeisers, waaronder pandhouders.

 

Bodemverhuurconstructie

In het verleden probeerde de pandhouders vaak het bodemvoorrecht te omzeilen door middel van de “bodemverhuurconstructie”. Hierdoor werd vaak net voor een faillissement de huurovereenkomst van de bodem op naam van de pandhouder gezet of werd er tussen de pandhouder en de belastingschuldige een huurovereenkomst gesloten. De pandhouder ging dan de bodem huren en het gebruik van de bodem werd door de belastingschuldige zelf beëindigd.

De op deze bodem aanwezige zaken bevonden zich dan dus niet langer op de bodem van belastingplichtige: de bodem werd onder de belastingplichtige weggehaald.

Hierdoor was er geen sprake meer van bodemzaken waar de Belastingdienst zijn bodemvoorrecht op kon uitoefenen. De pandhouder kon zijn pandrecht weer uitwinnen met voorrang op de Belastingdienst en de curator. De curator en Belastingdienst hadden vervolgens het nakijken.

 

Huidige mededelingsplicht

Sinds enkele jaren moeten onder andere pandhouders aan de Belastingdienst mededelen wanneer zij het voornemen hebben om veranderingen door te voeren waardoor de bodemzaken niet meer als bodemzaak gekwalificeerd kunnen worden. Met andere woorden: de pandhouder en andere derden moeten melding maken van een voorgenomen bodemverhuurconstructie.

Na deze melding mag de pandhouder vier weken lang zijn rechten niet uitoefenen. De Belastingdienst beoordeelt in die vier weken of hij zijn bodemvoorrecht wil toepassen door bodembeslag te leggen op de bodemzaken. Indien de Belastingdienst besluit bodembeslag te leggen en zich te verhalen op de opbrengsten van de bodemzaken, dan moet de pandhouder dit simpelweg toelaten.

Als de Belastingdienst echter beslist om het bodemvoorrecht niet toe te passen, dan krijgt de pandhouder vier weken de tijd om zijn rechten uit te winnen. Na het verstrijken van deze vier weken, moet de pandhouder opnieuw mededeling doen van zijn voornemens met betrekking tot de bodemzaken.

Indien de pandhouder ervoor kiest om niet aan de mededelingsverplichting te voldoen, dan zal hij de executiewaarde van de bodemzaken aan de Belastingdienst dienen vergoeden. De pandhouder kan proberen dit bedrag weer op de belastingschuldige te verhalen, maar deze is dan vaak al failliet.

 

Mededelingsplicht vanaf 2018

Vanaf 1 januari 2018 zal er een uitbreiding van de mededelingsplicht bij bodemzaken in werking treden. Hierdoor geldt ook voor de belastingschuldige een mededelingsplicht. De belastingschuldige mag dan gedurende vier weken de bodemzaak niet (laten) vervreemden. Hij mag ook niet zijn medewerking verlenen aan een andere handeling waardoor de Belastingdienst beperkt wordt in zijn rechten om zich op de bodemzaken te verhalen. Wanneer de belastingschuldige niet aan de mededelingsplicht voldoet of geen vier weken wachttijd aanhoudt, dan wordt dit de pandhouder aangerekend. De pandhouder moet ook dan de executiewaarde van de betreffende zaak aan de Belastingdienst te vergoeden.

Een overtreding van de mededelingsplicht door de pandhouder of de belastingschuldige wordt dus uiteindelijk de pandhouder aangerekend. Het is dus als pandhouder van belang om tijdig juridisch advies in te winnen wanneer je een bodemverhuurconstructie wilt gaan toepassen.

 

 


Terug naar overzicht
J.H.A. (Hans) Uppenkamp Faillissementsmedewerker