Partiële beëindiging arbeidsovereenkomst in het bijzonder onderwijs

Categorie: Arbeidsrecht

Wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt na opzegging door de werkgever, via ontbinding door de kantonrechter of van rechtswege bij een tijdelijke overeenkomst die tenminste twee jaar heeft geduurd, zal een werkgever de wettelijke transitievergoeding moeten betalen aan de werknemer. Die vergoeding kan soms oplopen tot een jaarsalaris.

 

Soms eindigt de arbeidsovereenkomst in die gevallen echter niet volledig, maar vindt er een zogenaamd deeltijdontslag plaats: dan is sprake van voortzetting van de arbeidsovereenkomst maar in aangepaste vorm. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een nieuwe aangepaste arbeidsovereenkomst met een verminderde arbeidsduur wordt aangeboden na een reorganisatie, in het kader van de herplaatsingsverplichting of bij blijvend aangepast werk bij een zieke werknemer.

 

Lange tijd is het onzeker geweest wat er in het geval van een deeltijdontslag met de transitievergoeding zou gebeuren. Wordt aangenomen dat, omdat de eerste arbeidsovereenkomst is geëindigd, de hele transitievergoeding verschuldigd is? Is er geen transitievergoeding verschuldigd omdat de arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer wordt voortgezet of is er – ondanks dat de wet dit niet kent – een gedeeltelijke transitievergoeding verschuldigd?

 

Met name echter in het (bijzonder) onderwijs is de beantwoording van de vraag belangrijk bij een arbeidsongeschikte werknemer. Zo bepaalt de Cao Primair Onderwijs (Cao PO) immers dat een werknemer, indien deze langer dan twee jaar en meer dan 35% arbeidsongeschikt is, een nieuwe arbeidsovereenkomst moet krijgen overeenkomstig de ‘restvaliditeit’.

 

In dat geval zal een aangepaste arbeidsplaats moeten worden gevonden in de organisatie. Ook in gevallen waarbij iemand blijvend gedeeltelijk arbeidsongeschikt is zal er in het kader van de re-integratieverplichting vaak naar een aanstelling moeten worden gezocht, waarbij de werkzaamheden in aangepaste vorm kunnen worden verricht. Vaak zal in dit geval er sprake zijn van een baan die geringer is in omvang.

 

De Hoge Raad heeft inmiddels op 14 september 2018 de knoop doorgehakt. Dit soort aanpassingen van de arbeidsovereenkomst wordt vanaf nu gezien als een voortzetting van de bestaande arbeidsovereenkomst, maar in aangepaste vorm. Dit heeft tot gevolg dat de transitievergoeding verschuldigd is naar evenredigheid van het deel van de arbeidsovereenkomst dat beëindigd is. Voorwaarde is wel dat het tenminste om een verschil van 20% ten opzichte van de oude arbeidsovereenkomst moet gaan en het ook een blijvende aanpassing moet zijn.

 

Dat betekent dat de aanpassing van de arbeidsovereenkomst met een blijvend gedeeltelijk arbeidsongeschikte leerkracht voor de school grote financiële gevolgen zal hebben. In de praktijk zal dit alleen gevolgen hebben voor het bijzonder onderwijs, omdat in het openbaar onderwijs de transitievergoeding niet verschuldigd is.

 


Terug naar overzicht
mr. J.C. (John) Brökling Advocaat
mr. Ph. (Philip) Ekering Advocaat