De wettelijke basis: redelijkheid en bilijkheid
De kern van de rechtsbescherming ligt in artikel 2:8 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat de vennootschap en degenen die bij de organisatie betrokken zijn (zoals aandeelhouders en bestuurders) zich tegenover elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
Dit betekent onder meer dat een meerderheidsaandeelhouder bij het uitoefenen van zijn stemrecht niet uitsluitend het eigen belang mag dienen, maar ook het belang van de vennootschap en de overige aandeelhouders zorgvuldig moet meewegen.
Informatie over winstverdeling
Dit zie je in de praktijk onder meer terug bij informatie en winstverdeling. Zo moet een aandeelhouder van de vennootschap voldoende informatie krijgen om zijn positie te kunnen bepalen. Word je niet of onvoldoende geïnformeerd, dan kan dat in strijd zijn met deze norm.
Ditzelfde geldt voor dividend
Hoewel de algemene vergadering beslist over de winstbestemming, mag dividenduitkering niet willekeurig worden geblokkeerd. Het belang van de minderheidsaandeelhouder bij een redelijk dividend dient zorgvuldig te worden afgewogen tegen het belang van de vennootschap bij reservering van de winst. Indien de vennootschap over ruime reserves beschikt en er geen bedrijfseconomische noodzaak is voor oppotting, kan het weigeren van dividend worden aangemerkt als onredelijk.
Besluiten aanvechten meerderheidsaandeelhouder
Het handelen van de meerderheidsaandeelhouder kan aanleiding geven om in te grijpen. Zo kunnen besluiten worden aangevochten (zie I), kan een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer worden gestart (zie II) of kunnen de gedragingen grond vormen voor uittreding (zie III).